“Ik maak zó veel bijzondere dingen mee!”

Monique Comello, SEH-verpleegkundige Wilhelmina Ziekenhuis Assen

‘Als SEH-verpleegkundige doe ik de eerste opvang van alle spoedgevallen die het WZA binnenkomen: met de ambulance, via de huisarts of uit zichzelf. Het zijn mensen van alle leeftijden, met aandoeningen die uiteenlopen van een lichte sportblessure tot een ernstige ziekte of een zwaar trauma door een ongeluk. Ons team doet ook spoed-oproepen en reanimaties binnen het hele ziekenhuis.

 

GTST?

‘Nee, ik vind niet dat het hier lijkt op wat je op televisie in ER of GTST ziet. Wij hebben hier niet aan de lopende band te maken met ernstige ongelukken en in werkelijkheid verloopt alles véél gestructureerder!’

‘Het mooie aan het werken in het WZA is de kleinschaligheid, iedereen kent elkaar en dat brengt een prettige werksfeer met zich mee. Ik vind het prachtig om aan zo veel verschillende mensen eerste opvang te bieden. Het is belangrijk om rust uit te stralen. Stel je maar voor dat je de moeder bent van een gewond kind, of een bouwvakker die met zijn hand tussen een machine is gekomen, of iemand die nauwelijks lucht krijgt. Onze interventie – zuurstof, pijnmedicatie, antibiotica, gips, noem maar op – biedt in veel gevallen snel verlichting.’

 

Werk kan zwaar zijn

‘Natuurlijk kan het werk op een SEH ook flink zwaar zijn. Zoals wanneer reanimeren geen zin meer blijkt te hebben omdat iemand al overleden is. Of als mensen heel agressief zijn, bijvoorbeeld door drank of drugs. Of mensen die schreeuwen dat ze meteen geholpen móeten worden, terwijl wij beoordelen dat er bij iemand anders meer spoed is. Gelukkig hebben wij een agressietraining gehad en kunnen we zo nodig de beveiliging inroepen. Ook in deze gevallen helpt het als je rustig blijft en duidelijk bent, én in je achterhoofd houdt dat agressie bijna altijd voortkomt uit onmacht en paniek.’

 ‘Ik maak zó veel bijzondere dingen mee! Maar om er toch één te kiezen: een paar maanden geleden hebben wij een patiënt gereanimeerd. Het was echt kantje boord. Bij ons vandaan ging hij naar de intensive care. Diezelfde man zag ik een week later zelfstandig het ziekenhuis uit wandelen. Ongelooflijk. Dat hebben we toch mooi gedaan, dacht ik toen.’