“Hollen en stilstaan”

Maike, SEH-verpleegkundige Medisch Centrum Leeuwarden

“Op de Spoedeisende Hulp maak je soms heftige dingen mee.
Gelukkig zijn er dan altijd je collega’s die je er doorheen slepen.”

 

Half acht in de ochtend. De start van een nieuwe werkdag op de Spoedeisende Hulp waar ik werk. We drinken een eerste kopje koffie in de teampost. De dag begint rustig voor ons, we hebben nog geen patiënten. Wat de dag ons zal brengen is altijd weer een verrassing. Op de Spoedeisende Hulp is het hollen of stilstaan en staat de dag in het teken van klein leed, van groot verdriet of van een combinatie van beide. Het enige wat je zeker weet, is dat je van te voren nooit weet hoe je dag eruit gaat zien.

Half negen. Inmiddels is de werkdag in volle gang. Ik vang een zieke man op, die door de ambulance binnen is gebracht. Hij heeft hoge koorts, koude rillingen en een gigantische buik. Enkele dagen daarvoor is hij gestart met antibiotica vanwege een blaasontsteking. De medicijnen slaan niet aan en de man wordt snel zieker. Ik prik twee infusen, neem bloed af, geef vocht en antibiotica via het infuus en maak een snelle, pijnloze scan van zijn buik. De scan geeft aan dat er ruim een liter urine in de blaas zit. Dit verklaart de bolle buik. Een blaaskatheter biedt de oplossing, dus breng ik deze in. De man wordt uiteindelijk in het ziekenhuis opgenomen met een ernstige bloedvergiftiging als gevolg van een blaasontsteking.

Een vrouw wordt intussen binnengebracht door de ambulancemedewerkers. Ze is niet meer aanspreekbaar na het innemen van een overdosis pillen. De vrouw, ze lijkt eerder een meisje, is uitgebreid bekend bij de GGZ. Ze wilde niet meer verder leven en heeft daarom zoveel mogelijk pillen ingenomen. In opdracht van de intensivist geven we een medicijn dat de werking van de ingenomen pillen kan ontkrachten. De vrouw schiet gelijk in een Cold Turkey: acute ontwenningsverschijnselen. Wanneer ik nogmaals haar dossier bekijk, zie ik dat we slechts negen dagen schelen in leeftijd. Ik loop de kamer uit en prijs me gelukkig met het leven dat ik leid.

Een jongetje van vier zit op de schoot van zijn oma. Tijdens de vakantie in Frankrijk is hij gevallen en sindsdien blijft hij last houden van zijn elleboog. Het jongetje is verdrietig. Hij vindt het helemaal niet zo leuk in het ziekenhuis. Er wordt een foto van zijn arm gemaakt en ik haal ondertussen een klein cadeautje voor hem. Cadeautjes doen wonderen; het ziekenhuisbezoek lijkt ineens een stuk minder erg en eng. De elleboog blijkt uit de kom te staan. Het jongetje mag in eerste instantie weer naar huis, hij zal later een oproep krijgen voor een operatie. Hij krijgt van mij een mitella om zijn arm en met het gekregen vliegtuig stevig in zijn handje weet hij niet hoe snel hij samen met oma het ziekenhuis moet verlaten.

Half elf, tijd voor een kop koffie en een broodje. Of toch niet, er wordt een reanimatie aangekondigd. Dit zet alle verpleegkundigen en artsen op scherp. Het reanimatiesein gaat uit, waarmee verpleegkundigen van de Intensive Care en Cardiac Care Unit worden opgeroepen voor ondersteuning. De kamer waar de patiënt zal worden opgevangen, wordt gereed gemaakt voor gebruik. Binnen no time staat de kamer vol met professionals om deze patiënt hopelijk te kunnen redden. De patiënt wordt binnengebracht door de ambulance. Het is een jonge vrouw van begin dertig. Ze is met de auto te water geraakt en kon er niet meer zelf uit komen. Daarnaast blijkt ze zwanger. Tijd om bij dit drama stil te staan is er niet. We gaan gelijk over tot actie en vechten voor haar leven. Reanimeren, infusen prikken, beademen, röntgenfoto’s, echo’s van haar hart en de baby, alle medisch noodzakelijke handelingen worden uitgevoerd. De vrouw is door de ambulance al langdurig gereanimeerd en ze is geïntubeerd en aan de beademing gelegd. Ze gaat uiteindelijk in slechte conditie naar de Intensive Care. Zij en haar ongeboren kindje zullen het niet redden, zo blijkt later.

Na de opvang zit ik vol met emoties: onbegrip, verdriet, boosheid. Waarom is er zoveel ellende in de wereld? Waarom gebeuren zulke dingen? Veel tijd om er langer bij stil te staan is er niet. De afdeling ligt vol en er moet nog veel gebeuren. Straks, als de dienst er op zit, zullen we met z’n allen koffie drinken en napraten over deze jonge vrouw.

Na snel een broodje te hebben gegeten zie ik twee studenten van rond de 20 jaar. Ze zijn met hun auto aangereden door een andere auto en klagen nu allebei over pijn in hun nek. Ook al zijn deze meiden zelf binnen komen wandelen, nekklachten na een ongeluk nemen we altijd serieus. Een paar minuten later liggen ze dan ook samen op één kamer; allebei op een brancard met hun nek in een nekkraag. Een beetje zenuwachtig en giechelend ondergaan zij de serie röntgenfoto’s. Gelukkig valt het allemaal mee en na een uurtje lopen de meiden, nog steeds giechelend, de afdeling weer af, zonder nekkraag.

Dan brengt de ambulance een man binnen die met zijn vingers in een machine terecht is gekomen. Zijn duim is halverwege geamputeerd en ligt in een bakje met ijs bij de man op schoot. Snel werken is in dit geval van belang; hoe eerder men kan opereren, des te meer kans dat de man mét duim verder door het leven kan. De man is bezorgd over zijn duim, maar nog meer over het jubileumfeest, wat over een aantal dagen voor hem gegeven wordt omdat hij veertig jaar bij de baas is. De operatie slaagt en de duim is weer één geheel. Zijn 40-jarig jubileum heeft hij, met een verbonden hand, gewoon kunnen vieren.

Er wordt nog een traumapatiënt aangemeld. Een jongen van 17 jaar, die tijdens de sportdag van school in ondiep water is gedoken. De jongen klaagt over nek- en rugpijn en heeft geen gevoel in zijn linker lichaamshelft. De jongen wordt geplankt binnenbracht: nekkraag en platliggend. Helaas heeft deze jongen minder geluk. Er blijkt een nekwervel gebroken. Gezien de mogelijke complicaties die hierbij kunnen optreden wordt de jongen per ambulance overgebracht naar een academisch ziekenhuis. Een operatie en langdurige revalidatie is wat deze jonge jongen te wachten staat.

Vier uur. Mijn voeten doen pijn, mijn hoofd zit vol. Onze dienst zit er op. Tijd voor een kop koffie en het evalueren van de dag. Elke dag weer een moment van besef dat je gelukkig mag zijn met wie je bent en wat je wel of juist niet hebt. Ik kleed me om en loop de zon in. Op naar huis. Zomaar een dag…